21-09-2026
In Nederland wordt niet veel duif wordt gegeten, maar in Frankrijk is het een ware delicatesse en dan met name de Anjouduif. Deze duiven komen uit de gelijknamige streek in de Loire. Ze worden diervriendelijk en duurzaam gefokt en door deze specifieke methode ook wel boerderijwild genoemd. De jongen groeien bij hun ouders op en leven in semi-vrijheid. Dit houdt in dat ze in een gecontroleerde fokomgeving worden gehouden in grote, goed geventileerde hokken met uitvliegmogelijkheden en buitenrennen. Hierdoor hebben ze alle ruimte en veel beweging.
De eerste tien dagen eten de jonge duiven kropmelk. Dit is een romige, eiwitrijke substantie die de ouders zelf produceren in de krop: een opslagzakje in hun slokdarm. Wat deze duiven extra bijzonder maakt, is dat zowel de doffer (het mannetje) als de duivin kropmelk produceren en ze samen de volledige zorg voor de jongen dragen. Het zijn trouwe, zorgzame en geëmancipeerde dieren.
Na ongeveer tien dagen vervangen de ouderduiven geleidelijk de kropmelk voor vaste voeding. Dit is een zorgvuldig samengestelde mix van volle granen en peulvruchten. Hoewel de jongen nog altijd door hun ouders worden gevoed, heeft de fokker hiermee directe invloed op de kwaliteit van de voeding. De volwassen duiven eten deze mix zelf ook en verteren de granen deels in hun krop voordat ze het aan de jongen doorgeven.
Anjouduif heeft een delicate wildsmaak, veel verfijnder dan bijvoorbeeld houtduif of ander wild gevogelte. Het sappige rode vlees heeft een zachte structuur en wordt saignant gegeten.
Ik heb een gerecht gemaakt met Anjouduif, bimi, hazelnoot en hennepzaad. Dat gerecht en hoe je de duif klaarmaakt vind je hier.